Site Overlay

De tjasker: De mobiele pionier van de Hollandse ontginning

Laatste update: 11 februari 2026

De geschiedenis van de watergangen in Madestein is een fascinerend epos over menselijke vindingrijkheid in een gebied dat door de machthebbers ooit werd opgegeven. Het huidige samenspel tussen eeuwenoud beheer en moderne landschapsarchitectuur vertelt het verhaal van een polder die letterlijk uit de zomp is getrokken.

Paaltjasker

1. De oorsprong: een buitendijks randgebied

In de vroege middeleeuwen lag Madestein in een precaire positie. De grote zeewerende dijk van Schieland lag ver ten oosten van Den Haag; men achtte bescherming van dit gebied niet noodzakelijk. De “armelijke stakkers” die hier woonden, leverden de Graaf van Holland immers te weinig belastingopbrengsten op om te investeren in droge voeten. Madestein was een buitendijks kweldergebied waar de elementen vrij spel hadden.

2. De ontginning en de paradox van het veen

Onder invloed van het Hoogheemraadschap van Delfland veranderde dit agrarische polderlandschap langzaam. Maar succes had een prijs:

  • Veenontginning: Om landbouw mogelijk te maken, werd het water via een complex stelsel van sloten en vaarten afgevoerd.

  • Inklinking: Door de ontwatering klonk de veenbodem in. Het land daalde, waardoor het water niet langer natuurlijk wegstroomde. Er ontstond een urgente noodzaak om het water “omhoog” te malen naar de Vliet.

3. De monnikstjasker: sobere kracht na 1420

Na de grote overstromingen van 1420 ontvouwde zich een nieuw polderstelsel waarin de monnikstjasker een fundamentele rol speelde. Deze kleinste vorm van de Nederlandse windmolen is een wonder van eenvoud:

  • De techniek: Een centrale as met wieken drijft direct een vijzel aan — de legendarische Schroef van Archimedes. Deze kurkentrekkerachtige as transporteert het water letterlijk naar een hoger plan om in verzamelboezems te worden geloosd.

  • De benaming: “Monnikstjasker” verwijst naar de sobere, doelmatige bouwstijl van de houten molens die de kloosterordes gebruikten voor kleinschalige, lokale bemaling.

4. De transformatie van de jaren ’70

In de jaren 1970 veranderde de functie van Madestein drastisch. Den Haag groeide en de polder werd een recreatiegebied. Hoewel de strakke landbouwsloten plaatsmaakten voor grillige recreatieplassen, werd er soms ook onbedoeld afbreuk gedaan aan de oorspronkelijke waterhuishouding.

Vandaag de dag vervullen de (soms met staal gereconstrueerde) tjaskers een cruciale dubbelrol:

  • Ecologisch herstel: Ze pompen vers, zuurstofrijk water naar de heemtuin en natuurvriendelijke oevers. Dit voorkomt stilstaand water en de vorming van blauwalg.

  • Cultuurhistorie: Ze fungeren als werkende monumenten die de herinnering aan de Cisterciënzer pioniersgeest levend houden.

Technische details van de hoofdmolengang

Tijdens onze excursies staan we uitvoerig stil bij de belangrijkste molengangtjasker van deze locatie. We analyseren de hellingshoek van de schroefas en de overbrenging van de windvang, elementen die destijds het verschil maakten tussen een verzuurde zomp en vruchtbare weidegrond.

KenmerkBeschrijving
TypePaaltjasker (de molen draait in zijn geheel om een paal)
AandrijvingWindenergie via vier wieken
WaterverplaatsingVia een houten of stalen vijzel
LocatieVaak nabij de pluktuin en de historische waterlijnen

 

Bron: https://gerardstrijards.nl/de-ontginningen-door-tsjaskers/