Site Overlay

Corbulo’s kanaal van het zee-estarium Hoek van Holland naar Katwijk

Laatste update: 6 februari 2026

Dwars door de broeken tussen het Westland en Madestein loopt een kunstmatige watergang die is gegraven, voorzien van oevers en zware kaden, sluizen en heulen in opdracht van de grote Veldheer Corbulo.  Ook deze watergang is nog traceerbaar in het landschap tussen het gehucht De Lier en Madesteinse Polder en is een van de wandelingen waar die de Stichting onder deskundige gissing gaat organiseren, mede om de historische inzichten te verspreiden over de bijzondere betekenis die Zuid-Holland heeft gehad als etappegebied voor de Romeinse expeditionaire brigades die de noordelijke grenzen en hun fortificaties steeds weer moesten bewaken, bevoorraden en soms uitbouwen. Deze leemten in onze nationale geschiedschrijving kunnen bijdragen aan ons besef welke betekenis de Romeinen, dat pragmatische en militaire volkje dat hier huiverend en steeds tegen zijn zin allerlei investeringen deed om hun gigantische rijksgebied te consolideren aan Holland — het land van de wouden en bossages —  hechtten. Enkele oeverparken zijn blootgelegd, opnieuw ingericht en van ondersteunende waterstaatswerken voorzien zoals dat nijvere volk dat destijds kennelijk noodzakelijk achtte.  De Fossa Corbulonis (het Kanaal van Corbulo) is een van de meest indrukwekkende staaltjes Romeinse techniek op Nederlandse bodem. Het kanaal, gegraven rond 47 n.Chr. onder leiding van generaal Gnaeus Domitius Corbulo, verbond de Maasmonding (het Helenium) met de Rijnmonding (bij Katwijk). De strategische waarde van deze waterweg was destijds enorm en vormde de ruggengraat van de Romeinse logistiek in de Lage Landen.

Kanaal van Corbulo

De Romeinen hadden de weg nodig voor hun platbodems die bulkvoorraden en bouwmaterialen steeds noordwaarts moesten voeren. Later hebben deze watergangen — soms liggen meerdere vergravingen parallel op enige meters naast elkaar — ook betekenis gehad voor de transporten onder leiding van de Abdij van Egmond voor de reeds genoemde Groote Dijckagie tussen 820-1420. De Fossa had meerdere strategische functies. De aanleg van het kanaal was geen “bezigheidstherapie” voor de soldaten, zoals sommige geschiedschrijvers suggereerden, maar een noodzakelijke ingreep voor militaire efficiëntie:

  • Veiligheid voor de Vloot: De Noordzee was in de Romeinse tijd berucht om zijn verraderlijke stromingen en stormen. Door binnendijks van het Helenium naar de Rijn te varen, vermeed de Romeinse vloot de gevaarlijke route over open zee.

  • Logistieke Snelweg: Het kanaal zorgde voor een snelle verbinding tussen de verschillende grensforten (castella). Troepen, voedsel en bouwmateriaal konden efficiënt worden verplaatst zonder afhankelijk te zijn van de wind op zee.

  • Beheersing van de Delta: De verbinding creëerde een gesloten verdedigingslinie. Het verbond de twee grote waterwegen van West-Europa, waardoor het Romeinse leger de volledige controle kreeg over de handel en bewegingen in de Rijndelta. Het kanaal was ongeveer 23 kilometer lang en zo’n 12 tot 14 meter breed. Het traject volgde grotendeels de natuurlijke laagtes in het landschap (zoals de huidige Vliet). Het startpunt lag in het zuiden bij het huidige Naaldwijk/Vlaardingen. Hier lag een belangrijk marinepark en het administratieve centrum van de Cananefaten, Forum Hadriani (bij het huidige Voorburg), lag direct aan de route. In het noorden sloot het kanaal aan op de Oude Rijn bij Leiden (Matilo). Vanaf daar konden schepen stroomafwaarts naar de monding bij Lugdunum Batavorum (Brittenburg, nabij Katwijk) varen, het eindpunt van de Limes in Nederland. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat het kanaal decennialang intensief is onderhouden. Het vormde de basis voor de latere ontwikkeling van Zuid-Holland; veel moderne wegen en watergangen volgen nog steeds het tracé dat Corbulo bijna 2000 jaar geleden uitzette.  Bij opgravingen in de jaren ’60 en ’90 zijn bij Leidschendam nog duidelijk de beschoeiingen en zelfs Romeinse scheepswrakken gevonden die de exacte route van het kanaal bevestigden. Ook deze gaat de Stichting in haar wandelplan opnemen. De kwestie is alleen nog via welke vaarroutes vanaf de Vliet bij Den Haag.