Site Overlay

Mola-wonder en bijgeloof te Loosduinen

Laatste update: 3 februari 2026

Het in de voorgaande blog besproken  “Wonder van Loosduinen” is een van de beroemdste legenden uit de Nederlandse geschiedenis. Hoewel het verhaal van gravin Margaretha van Henneberg, die in 1276 maar liefst 365 kinderen op één dag zou hebben gebaard, klinkt als een puur sprookje, is er een fascinerende medische verklaring voor die de legende in een heel ander licht plaatst. Voorafgaand aan deze verklaring het volgende: het was voor plaatsen, steden, dorpjes, gehuchten en vrijheden geweldig attractief om te kunnen gelden als oord van wonderen en onverklaarbare bovenzinnelijke ingrepen van Godswege. Economisch was dat belangrijk in het tijdperk waarin geloven enerzijds en ervaringsafhankelijk weten als het ware samenvielen. Zo’n plaats trok bedevaarten en bedevaarten betekende: logies, nering, en consumptieve omzet voor de toeristen en gelovigen. Dus niet zozeer zietjeswinnen, maar “poen in het laadje”.

Margaretha van Holland (1234 – 26 maart 1276) beter bekend als Margaretha van Henneberg

En dat was in West-Europa eigenlijk tot aan de twintigste eeuw echt wel het geval, hoe verlicht we ons als Europeanen ook waanden. Loosduinen had er belang bij dat het als wonder-oord kon gelden en heeft daaraan ook gewerkt na de reformatie vanaf 1517. Hieronder volgt de medische en historische, maar betrekkelijk triviale duiding van dit Loosduinse “wonder”. De medische verklaring is: Een Mola-zwangerschap deed zich voor bij de zwangere gravin. Medici die de legende hebben bestudeerd (waaronder de bekende Zweedse arts Jan Bondeson), wijzen vrijwel unaniem op een specifiek ziektebeeld: de mola-hydatidosa (ook wel druiventroszwangerschap genoemd). Wat is het? Bij een mola-zwangerschap gaat er iets mis tijdens de bevruchting. Er groeit geen embryo, maar het weefsel dat de placenta had moeten worden, groeit ongecontroleerd door. Het uiterlijk: Dit weefsel vormt honderden kleine, met vocht gevulde blaasjes die eruitzien als een tros witte druiven. De link met de legende: In de 13e eeuw was er geen kennis van dit medische fenomeen. Wanneer een vrouw een mola “baarde”, zag men honderden kleine, vleeskleurige bolletjes.

In een tijd vol bijgeloof werden deze blaasjes aangezien voor piepkleine, onvolgroeide mensjes. Symptomen: Een mola-zwangerschap gaat vaak gepaard met hevige bloedingen en infecties. Dit verklaart waarom de gravin kort na de “bevalling” overleed. Er is overigens ook een andere verklaring: Een “Kalendergrapje”. Naast de medische kant is er een belangrijke historische nuance die de getallen verklaart: De Paasstijl: In de 13e eeuw begon het nieuwe jaar in het graafschap Holland niet op 1 januari, maar op Pasen. De timing: De bevalling vond plaats op Goede Vrijdag, 26 maart 1276. In die specifieke jaartelling waren er op dat moment nog maar enkele dagen over tot het einde van het jaar. De interpretatie: Volgens sommige historici was de oorspronkelijke bewering dat ze “zoveel kinderen kreeg als er dagen in het jaar over waren” (wat er toen dus maar een paar waren). Door de jaren heen is dit in de overlevering veranderd naar “zoveel dagen als er in een vol jaar zitten”. De Legende in het kort, mocht je de context even kwijt zijn: de legende vertelt dat de gravin een arme bedelares met een tweeling bespotte. Ze beweerde dat een vrouw nooit twee kinderen van één man kon krijgen. De bedelares vervloekte haar vervolgens: de gravin zou zoveel kinderen baren als er dagen in het jaar waren. Alle kinderen (jongens genaamd Jan, meisjes genaamd Elisabeth) werden gedoopt in twee koperen bekkens die nog steeds in de Abdijkerk van Loosduinen hangen.  Deze bekkens golden als wonderdadige instrumenten van Gods heilsgeschiedenis, ook in het protestantse geloof, merkwaardigerwijze. Tijdens de wandeltochten, waarbij deze borden worden aangedaan, komen onze gidsen daarop nog terug.